Hofstede Bouwlust
Home.
Volgende.
Vorige.
De Krimpenerwaard,rustpunt midden in het Groene Hart van Holland

                                                                   Museum

 

Vanaf ongeveer 1950 tot 1964 had Willem van Vliet in een deel van het voorhuis een particulier museum. In zijn Reisdagboek van de Krimpenerwaard uit 1954 vermeldt journalist en schrijver Nico Rost zijn bezoek. Hij ziet er 'kamers vol kostbaar oud porcelein en antieke meubels en schilderijen - een particulier streekmuseum, waarvan de toekomstige bestemming echter nog steeds ongewis is'. Rost meldt dat de toenmalige burgemeester van Bergambacht het museum graag voor zijn gemeente wilde behouden, maar dat Willem van Vliet hierover geen uitsluitsel gaf. Het museum was overigens alleen toegankelijk voor genodigden.

 

Onder de tentoongestelde objecten waren ook de zg. "pieken van de stad Schoonhoven". Het betrof hier twee laatmiddeleeuwse, van scherpe punten en van bijltjes voorziene wapens met lange schaft. Deze pieken waren gesierd met vlaggetjes met het Schoonhovense stadswapen en zouden in gebruik zijn geweest bij de poortwachters van die stad. Zij stonden kruiselings opgesteld bij een van de deuren van het 'museum'. Naar verluidt was de gemeente Schoonhoven al jaren op zoek naar deze, voor de geschiedenis van de stad belangrijke voorwerpen en was daar niet bekend dat ze op een steenworp afstand te zien waren.

 

Een deel van de collectie werd later in bruikleen gegeven aan het Museum Catharina Gasthuis te Gouda. Uiteindelijk werd de gehele museale collectie, waaronder vele, ingelijste tegeltableaus, verkocht via internationaal veilinghuis Sotheby's. Genoemd Catharina Gasthuis heeft toen een gedeelte van de verzameling kunnen verwerven.

 

                                                                        Bron: Nico Rost,Reisdagboek van de Krimpenerwaard

                               Het wassende water

 

 

In 1984 vond hier een belangrijk deel van de buitenopnames plaats en in 1986 bereikte de serie ongekend hoge kijkcijfers.

 

De boerderij (het achterhuis) werd in die jaren gepacht door Piet Pons en zijn vrouw Adrie. Het voorhuis werd bewoond door Charles de Menthon Bake. Piet en Charles speelden beide een rol in de zevende episode van de serie. In veel andere afleveringen gaf Piet ook acte de présence, zij het dat hij vaak niet herkenbaar in beeld kwam.

Uitsluitend voor de opnamen is een boenhok gebouwd, dat nu bij de buren staat. Daar is ook nog het bord Water-Snood te zien. Ook werd, in opdracht van de NCRV, Bouwlust op schaal nagebouwd, speciaal met het oog op de te maken opnamen die de boerderij tonen na de dijkdoorbraak; het model deed dienst bij de filmopnamen die plaats vonden in het Gooimeer.

 

De binnenopnamen van Het wassende water werden grotendeels gemaakt in de Cabauwse boerderij Kromwijk aan de Lopikerweg West 88. Veel Cabauwenaren fungeerden als figurant.

 

                                         Hofstede Bouwlust

 

Volgens de jongste inzichten stamt het hoofdgebouw van deze dwarshuis- of T-boerderij uit circa 1640. Deze datering is mede gebaseerd op tegelwerk dat in één van de kelders werd aangetroffen en waarvan met grote mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat het rond 1640 werd vervaardigd.

 

In de zeventiende eeuw werd de Krimpenerwaard nog regelmatig geplaagd door dijkdoorbraken van zowel de Lek- als de IJsseldijken, waarna de Waard volledig onder water kwam te staan. Veel boerderijen, waaronder Bouwlust, werden daarom op hoger gelegen stukken land (zoals donken en zandruggen) gebouwd. De laatste dijkdoorbraak in de Krimpenerwaard vond plaats op 26 januari 1760, toen de Lekdijk bij Bergstoep op twee plaatsen doorbrak en er 6 tot 8 voet water in de Krimpenerwaard kwam te staan.

 

Bouwlust is voor een deel gebouwd bovenop de fundamenten van een oudere hoeve. Bij werkzaamheden werden deze fundamenten nog in redelijk goede staat aangetroffen. De herenboerderij is opgetrokken uit gele baksteen en heeft de voorname uitstraling die belangrijke buitenplaatsen uit de zeventiende eeuw soms hadden. De hoeve is in het verleden regelmatig verbouwd, waarbij soms ingrijpende wijzigingen werden aangebracht. De zijtopgevel aan de oostzijde vermeldt het jaartal 1671. Toen werd een verhoogde gevel aangebracht, waarachter zich de keuken bevindt.

 

Begin negentiende eeuw vond een ingrijpende verbouwing plaats, waarbij een gang werd afgescheiden van een middenkamer. Ook de vensters en de deur in de voorgevel werden toen veranderd. De keuken in het achterhuis werd opgeluisterd met tegels die naar alle waarschijnlijkheid afkomstig zijn van verscheidene andere boerderijen uit de omgeving.

 

In 1927 werden twee nieuwe stallen bijgebouwd. Waarschijnlijk werd bij de restauratie van 1939 de voorgevel van één van hen veranderd, waarbij dezelfde gele IJsselsteentjes zijn gebruikt, als die waarvan het hoofdgebouw is opgetrokken. Hierdoor is de indruk ontstaan dat dit bouwwerk even oud is als de hoeve zelf. De andere in 1927 gebouwde stal werd in 2002 afgebroken.